Impact van droogte op keuzes terreinbeheerder

Evert Dijk - terreinbeheerder van Landschap Overijssel - vertelt:

Zware tijden voor de fijnspar; door de januaristorm in 2018 en de daaropvolgende droogte zijn veel bomen dood gegaan. Er zijn niet alleen veel sparren omgewaaid, sommige bleven ook half hangen. En door droogte verzwakte of afgestorven fijnsparren zijn dan extra kwetsbaar voor de letterzetter, een kever uit de familie schorskevers. Het kleine kevertje heeft de naam letterzetter vanwege de tekening die het achterlaat op de boom. De mannetjes boren gaatjes in de schors van bij voorkeur verzwakte bomen, waar het vrouwtje eitjes in legt. De kevers kiezen bomen uit die al wat verzwakt zijn (bijvoorbeeld stormhout) want gezonde naaldbomen kunnen een insectenaanval meestal goed afweren door productie van hars. De larven die vervolgens uit de eitjes komen maken gangen onder de bast van de boom waardoor zij de boom als het ware “ringen”. Als gevolg hiervan sterft de boom af. Onder de eerder genoemde weeromstandigheden kunnen de kevers zich explosief vermeerderen en tasten dan ook vitale staande bomen in de omgeving aan.

Veel sparren hebben ondertussen naalden verloren en zijn verzwakt. Ideaal voor de letterzetter. Naast verzwakte fijnsparren zien we nu echter ook dat gezonde bomen worden aangetast. En hoewel de fijnspar favoriet is bij de letterzetters, kunnen ook andere boomsoorten door de letterzetter worden aangetast, zoals Douglasspar, lariks en sitkaspar.

Keuzes maken.

We moeten bij het beheer van de letterzetter keuzes maken over de te nemen maatregelen. Hierin kunnen we laveren tussen twee extremen: van ‘niets doen’ tot het vellen van grotere oppervlakten aangetaste fijnspar. Maar wanneer doe je wat?

‘Niets doen’

Landschap Overijssel heeft niet veel grote aaneengesloten fijnsparbossen. Meestal maken de fijnsparren (als een enkele boom of als boomgroep) onderdeel uit van gemengde bossen. Dus ook soorten als zomereik, beuk, grove den of Douglasspar zijn aanwezig. In dat geval kan de beheerder er voor kiezen om niets te doen en de aangetaste fijnsparren dood te laten gaan. Dit levert mooi ‘spechtenhout’ op en draagt de dode fijnspar bij aan de voedselkringloop in het bos. Daar waar dode fijnsparren naast wegen en paden staan zullen ze mettertijd wel worden geveld om het risico op vallende takken en bomen te beperken.

Vellen van oppervlakten bos

Landschap Overijssel heeft echter ook nog bossen die ooit zijn aangelegd voor de houtproductie, vooral op de landgoederen. En dat gebeurde dan vaak vlaktegewijs en met slechts één boomsoort. Dat geldt ook voor de fijnspar. Als een groter aaneengesloten fijnsparbos is aangetast zal de beheerder moeten overwegen om dat hele bos te kappen. Doet hij dat niet dan breidt de letterzetter zich nog sterker uit en worden ook andere boomsoorten aangetast. Naast dat zwaar aangetast of dood fijnsparhout weinig waard is, heeft de beheerder ook nog eens te maken met extra kosten voor de aanplant, dus voor de volgende generatie bos. Dus eigenlijk verdient de organisatie niets aan de fijnsparren en kost ook de aanplant nog eens geld: dubbelop kosten.

Hoe nu verder?

Het antwoord op deze vraag is klimaatbestendig bosbeheer en het vermijden van monocultuur (bos dat voornamelijk uit één soort bestaat). Landschap Overijssel werkt al aan een geleidelijke omvorming van de eentonige bossen. Dat doet zij door regulier bosbeheer waarbij meer gewenste soorten bevoordeeld worden ten opzichte van bijvoorbeeld de fijnsparren. Ook worden er open plekken in bossen gemaakt waar of spontaan of aangeplant weer nieuw jong gevarieerd bos kan ontstaan. Zo wordt het bos weerbaarder tegen insectenplagen als de letterzetter. Om het bos klimaatbestendiger te maken kan gekozen worden voor soorten die beter tegen droogte kunnen, zoals Douglasspar, berk, esdoorn, linde, tamme kastanje, noot en haagbeuk en mengingen daarbinnen, mits passend op die bodem en binnen de doelstelling voor dat bos.

Door: Evert Dijk - terreinbeheerder Midden Twente - Landschap Overijssel