Michelle Brouwer ontmoet expeditie uiterwaard gidsen

Op expeditie naar verwondering

De vrijwillige gidsen staan bij een zilverkleurige stationwagon in de Vreugderijkerwaard, de man staat in de berm, de vrouw leunt op de motorkap. Als ik afstap wijzen ze op mijn voeten: “Je hebt geen laarzen aan.” Ik draag oude rode Vans, ze mogen vies worden, al bedacht ik onderweg dat er gaten in de zolen zitten. Het heeft vannacht geregend, ik verwacht dat ik straks wegzak in de grond. We wachten op de schoolklas. Judy plukt aan een stengel uit het gras, hij heeft een petje op tegen de zon. Margreet zegt dat enthousiaste leerkrachten en ouders heel belangrijk zijn. “Kinderen vinden altijd wel wat te doen in de uiterwaard, maar enthousiasme van de begeleiders maakt het echt geslaagd.” Het verschilt nogal hoe ze hier aankomen. Sommige klassen hebben geen laarzen aan, geen voorbereidende les gehad, andere klassen weten precies wat hen te wachten staat.

De klas glijdt in een lange slinger over de dijk naar ons toe. Uit sommige rugtassen steken schepnetjes. De kinderen halen plastic bakjes uit hun tas, staan als wankele flamingo’s op een been om hun laarzen aan te trekken. Nog voor een vrijwilliger het woord heeft kunnen nemen, zijn de kinderen expeditie-ready.Margreet vertelt over uiterwaarden en toetst wat de kinderen al weten. Ze weten meer dan ik. Een van de kinderen is helemaal blij met de kennis van de vrijwilligers: “Feit, feit, feit, ze hebben er echt verstand van”. Een groepje vangt een schichtig visje. Judy stopt deze in een glazen potje om hem beter te kunnen bekijken. Een meisje probeert het diertje met een zoekkaart te identificeren, maar komt er niet uit. Ook de vrijwillige gids lukt het niet. Het is een mysterievisje. Aan het water laat Margreet een ander groepje een minirivier maken met emmers water. Ze leren hoe een rivier zich gedraagt zonder dijken, en moeten vervolgens hun rivier dijken en kribben geven om het water te sturen. Ze maken zelf klei van water en zand, gebruiken stevige kleihompen, stenen, ze bouwen, zijn serieus bezig. “Het is vooral de ervaring die telt,” zeggen de vrijwilligers als we afscheid nemen. “Het is maar een ochtend in hun leven, maar door het beleven en ontdekken zal deze ochtend sommigen toch bijblijven.”

Ik fiets voor de klas uit de dijk weer op. Mijn voeten zijn nog droog. Mijn voorhoofd en wangen zijn verbrand. Ik voel me een ontdekkingsreiziger in een waterland.

expeditie-uiterwaard-6
waterdiertjeskaart
expeditie-uiterwaard-8
nabootsen rivier
expeditie-uiterwaard-10
waterdiertjes