Michelle Brouwer ontmoet oer-is-stoer vrijwilligers

Terug naar de basis

Het is Vaderdag, het is zestenwintig graden en ik zit op de fiets naar een wijkboerderij. Ik raak meerdere keren de weg kwijt. Eén keer eerder was ik in deze wijk bij een klasgenoot. Vanuit haar flat kon ik de boerderij zien. Ik herinner me de weg die ik nam niet, ik mis een innerlijk kompas.

Bij de ingang zit een vrouw met een band om haar hoofd aan een picknicktafel onder een boom. Ze heet Gerda, ik noem haar het opperhoofd. Ze bedacht de maandelijkse Oerschool voor tieners en deze jaarlijkse Oer-is-Stoer-middag voor jongere kinderen. Enkele Oerschooljongeren helpen vrijwillig mee, samen met een paar volwassenen. Broer en zus wrijven een met vilt omhulde steen tussen hun zepige handen. Na een halve minuut wrijven vragen ze of ze klaar zijn. ‘Het duurt nog wel even,’ zegt vrijwilliger Manon. Ze legt uit dat het een kruik wordt, of in elk geval: dat heeft ze zich laten vertellen. De kinderen wrijven verder. In gedachten wrijf ik mee zoals ik als kind ook deed en voel het ruwe vilt, ruik de groene zeep. Pannenkoekenbakster Esmeralda wakkert haar vuur aan met blokjes hout die Oerschooljongere Ingmar voor haar hakt. Een kruidenkenner en ‘veldvrouw’ begeleidt een meisje bij het maken van een dromenvanger met parels. In gedachten pak ik een donker stuk leer, kies ik blauwgrijs draad, rijg ik kralen. Een man met een grijze baard holt vliertakken uit met twee jongens naast zich om een blaaspijp te maken. In de moestuin bakken ze pizza’s in oventjes boven kokoskolen. Er wordt gewacht op vaders die makreel willen roken. Een man legt twee meisjes uit hoe ze leren bandjes met soldeerbouten kunnen bewerken. In gedachten pak ik een paars bandje, soldeer er een vredesteken op, doe hem om. Een vrouw legt de werking van kruiden uit aan twee broers die thee willen maken. De oudste waagt zich ook aan het ‘karnen’ van boter. Hij moet vier minuten lang een potje schudden. De vrijwilligster lacht, zegt dat het misschien te warm is om het goed te laten stollen. Ondertssen poffen Oerschooljongeren maïs boven een vuurtje. Kippen dartelen rond.

Ik fiets in alle rust zonder omweg naar huis. De geur van het vuur zweeft nog door mijn haar, mijn kleren. Ik loop op blote voeten de tuin in. Ergens vanbinnen is een vlammetje weer aanwakkerd.

oer-is-stoer-14
Kruiden
oer-is-stoer-16
pizza maken
oer-is-stoer-18
vuur maken